Werkwijze:
Het werken met glas en met lood is een ambacht.  Je hebt hiervoor een aantal technieken te beheersen.  Maar om iets moois te maken is  een ontwerp nodig.  Een glas-in-lood werk  dient vooraf uitgedacht te worden. Het is niet zoals met een schilderstuk, waarbij tijdens het schilderen het kunstwerk geleidelijk ontstaat.
Als eerste worden  de afmetingen bepaald. Daarna wordt er een basis ontwerp in schets gemaakt. Hierna krijgt de vormgeving en kleurkeuzes een meer definitief karakter. Als dit proces is afgerond begint de uiteindelijke productie.
Voor eigen ontwerpen laat ik me veelal inspireren door impressionistische schilders. Zo heb ik ramen gemaakt n.a.v. schilderijen en/of kunstwerken van o.m. Roger Raveel, Jan Cremer, Mondriaan, Rodin, Kamagurka. 
Momenteel ben ik op de toer van kubistische stripfiguren.

Materiaal keuzes:
Basis voor een mooi eindproduct is de keuze van het materiaal. Reeds bij de Egyptenaren werd er glas geblazen.  Het maken en toepassen van glas is dus zeer oud.  De technieken voor het maken van glas zijn dan ook veelvormig.  Het liefst kies ik voor handgeblazen en daarna gewalst glas. Daarbij heeft  de structuur  een bepaalde levendigheid, kent hier en daar een luchbelletje en is niet altijd overal even dik.  Dit maakt het  uiteindelijke  werk extra interessant.  Ook door de ambachtelijke toevoegingen van metaalpigmenten krijgen het  kobaltblauw, het kopergroen, het ijzerrood , het chroomgeel en het tinwit een extra dimensie.

Brandschilderen:
Hoewel ik ook het brandschilderen toepas, gebruik ik dit toch zeer minimaal. Voor mij is de vorm en kleurkeuze zelf voldoende om het geheel allure te geven en interessant te maken. Alleen voor het aangeven van  accenten  pas ik het brandschilderen toe.